Zonne-energie: opbrengst, waar je op moet letten en de saldering na 2027
Vraag de gratis checklist aanBatterij voor zonne energie
Denk je na over zonnepanelen? Voor veel huizen zijn ze de eerste stap naar eigen energie. Ze wekken overdag stroom op die je meteen gebruikt of teruglevert aan het net, en met het einde van de saldering verandert er wel iets aan de rekensom. In dit kennisartikel lees je wat panelen opleveren, waar je op moet letten en wat de saldering na 2027 voor jou betekent.

Wat zonnepanelen opleveren
Een zonnepaneel zet daglicht om in stroom. Hoeveel een installatie oplevert, hangt af van het aantal panelen, hun vermogen, de oriëntatie en de hellingshoek van je dak. Een gangbare vuistregel in Nederland is ongeveer 880 kWh per kWp per jaar: een installatie van 4 kWp levert dus grofweg 3.500 kWh per jaar. Daarmee dekt een gemiddelde installatie een flink deel van het eigen stroomverbruik over een jaar gerekend, want een huishouden verbruikt zo'n 2.500 tot 3.500 kWh.
De valkuil zit in dat woord "over een jaar". Panelen leveren overdag, en vooral in de zomer. Je verbruikt juist veel 's ochtends, 's avonds en in de winter. Zonder sturing gebruik je in de praktijk maar zo'n 30% van je opwek direct zelf; de rest gaat het net op. Zolang je dat kunt salderen is dat geen probleem. Zodra de saldering afloopt, wordt het onderscheid tussen opwekken en zelf gebruiken ineens belangrijk. Daar kom ik verderop op terug.
Opbrengst, oriëntatie en dak
De opbrengst van je panelen wordt vooral bepaald door de richting en de hoek van je dak. Een dak op het zuiden levert de hoogste jaaropbrengst, met een piek rond het middaguur; de gunstigste hellingshoek ligt rond de 35 graden. Oost en west leveren samen iets minder over het hele jaar, ongeveer 80% van een zuiddak, maar spreiden de opbrengst over de dag: 's ochtends van het oosten, 's middags van het westen. Onderstaande tabel zet de oriëntaties naast elkaar.
| Oriëntatie | Opbrengst t.o.v. zuid | Karakter van de opbrengst |
|---|---|---|
| Zuid, ~35 graden | 100% | grote piek rond het middaguur |
| Oost-west verdeeld | ~85% samen | gespreid, meer eigen verbruik mogelijk |
| Alleen oost of west | ~80% | piek in de ochtend of de middag |
| Plat, licht hellend | ~90% | brede opbrengst, minder scherpe piek |
Dat verschil leek lang niet belangrijk, omdat je alles toch kon salderen. Dat verandert. Een oost-west opstelling levert stroom op meer momenten dat je zelf thuis verbruikt, en juist zelfverbruik wordt straks waardevoller dan teruglevering. Een strak zuiddak met een enorme middagpiek die je niet zelf gebruikt, is in de nieuwe situatie minder gunstig dan het lijkt.
Let ook op schaduw. Een schoorsteen, een boom of het dak van de buren die een deel van de dag schaduw geeft, kost meer opbrengst dan mensen denken. Bij schaduw op een deel van je dak maakt de keuze van de omvormer of van optimizers verschil.
Hoeveel panelen heb je nodig
Het aantal panelen bepaal je op je stroomverbruik, niet op je dakoppervlak. Een modern paneel heeft een vermogen van ongeveer 400 tot 450 Wp, dus voor 4 kWp heb je grofweg 10 panelen nodig. Vul je dak vol zonder naar je verbruik te kijken, dan wek je straks veel meer op dan je zelf gebruikt, en juist dat overschot levert na 2027 weinig meer op.
Reken vanuit je jaarverbruik in kilowattuur en houd rekening met wat je zelf overdag kunt gebruiken. Ga je binnenkort elektrisch rijden of een warmtepomp plaatsen, dan stijgt je verbruik met al gauw 2.500 tot 3.000 kWh per jaar en mag je installatie groter. Een installatie die past bij je werkelijke verbruik, is in de nieuwe situatie verstandiger dan een dak dat helemaal is volgelegd.
Bij ongeveer 10 panelen op het zuiden reken ik met zo'n 4 kWp, en met de vuistregel van 880 kWh per kWp komt dat op grofweg 3.500 kWh per jaar. Dat dekt het verbruik van een gemiddeld huishouden aardig. Maar zonder sturing of opslag gebruik je daar zelf maar ongeveer 30% van op het moment van opwek; de rest ging tot nu toe via saldering het net op. Precies die verhouding maakt na 2027 het verschil, en daarom kijk ik bij het aantal panelen altijd eerst naar wanneer je de stroom nodig hebt.
De omvormer
De omvormer zet de gelijkstroom van je panelen om in de wisselstroom die je in huis gebruikt. Het is het hart van de installatie, en tegelijk het onderdeel dat het eerst aan vervanging toe is: panelen gaan vaak vijfentwintig jaar mee, een omvormer doorgaans zo'n tien tot vijftien jaar. Reken daar in je planning op.
Er zijn stringomvormers, die een hele reeks panelen samen aansturen, en systemen met optimizers of micro-omvormers per paneel. Bij een eenvoudig dak zonder schaduw volstaat een stringomvormer. Heb je schaduw of panelen op meerdere dakvlakken met verschillende oriëntatie, dan verdient sturing per paneel zich terug, omdat één paneel in de schaduw dan niet de hele reeks omlaag trekt.
Saldering en het einde in 2027
Nu mag je nog salderen. Dat betekent dat je teruggeleverde stroom wordt weggestreept tegen de stroom die je afneemt, tegen hetzelfde tarief. Elke kilowattuur die je overdag teruglevert, haal je 's avonds als het ware gratis weer op. Daardoor maakt het niet uit wanneer je verbruikt.
Per 2027 stopt de saldering. Vanaf dat moment krijg je voor teruggeleverde stroom alleen nog een vergoeding van je leverancier, en die ligt fors lager dan wat je voor afgenomen stroom betaalt, vaak een fractie ervan. Het verschil is groot: waar teruglevering nu net zoveel waard is als afname, wordt teruglevering straks maar een klein deel waard.
Dat maakt zonnepanelen niet onrendabel, maar het verandert de rekensom. De opbrengst verschuift van "zoveel mogelijk opwekken en terugleveren" naar "zoveel mogelijk van je eigen stroom zelf gebruiken". Wie daar nu al rekening mee houdt bij de keuze van zijn installatie, zit straks goed.
Terugleverkosten en zelfverbruik
Bovenop het wegvallen van de saldering rekenen steeds meer leveranciers terugleverkosten. Dat zijn kosten die je betaalt voor de stroom die je het net opstuurt, omdat dat de leverancier geld kost op momenten dat het net vol zit met zonnestroom. Voor een installatie die veel teruglevert kan dat de opbrengst flink drukken.
De oplossing is zelfverbruik: je eigen stroom gebruiken op het moment dat je hem opwekt, in plaats van hem terug te leveren. Waar je zonder maatregelen op zo'n 30% zelfverbruik zit, kun je dat met verbruik verschuiven en opslag naar de helft of meer tillen. Dat doe je door verbruik naar de dag te verschuiven, bijvoorbeeld je wasmachine, je warmtepompboiler of het laden van je auto overdag. En met opslag, waarover hierna meer. Hoe meer van je eigen stroom je zelf gebruikt, hoe minder de terugleverkosten en het einde van de saldering je raken.
Zonnepanelen en een thuisbatterij
Een thuisbatterij slaat je overschot overdag op, zodat je het 's avonds gebruikt in plaats van het terug te leveren. Zolang de saldering nog liep, was dat voor de meeste mensen niet rendabel: je kon je overschot immers gratis weer ophalen. Na 2027 kantelt dat. Zodra teruglevering weinig meer waard is en er terugleverkosten bij komen, gaat opslag lonen. Voor een gezinswoning gaat het meestal om een batterij van 5 tot 15 kWh, met een retourrendement van rond de 90%.
Of een batterij bij jou uit kan, hangt af van je overschot, je verbruikspatroon en de prijzen. Heb je een groot overschot dat je nu teruglevert, dan wordt een batterij na 2027 snel interessant. Combineer je dat met een dynamisch tarief en slimme sturing, dan haal je er nog meer uit. Voor de verdieping over dat samenspel verwijs ik naar de pagina over slimme energiesystemen.
Onderhoud en levensduur
Zonnepanelen hebben weinig onderhoud nodig. Ze gaan vaak vijfentwintig jaar of langer mee, met een opbrengst die heel geleidelijk afneemt, ongeveer een half procent per jaar; na 25 jaar levert een paneel dus nog rond de 85 tot 90% van bij aanvang. Regen spoelt het meeste vuil vanzelf weg; alleen op een flauw hellend dak of bij veel bomen in de buurt kan af en toe schoonmaken lonen.
Houd de opbrengst in de gaten via de app van je omvormer. Zie je een paneel of een reeks structureel achterblijven, dan is er iets aan de hand, vaak schaduw of een omvormer die aandacht nodig heeft. De omvormer is zoals gezegd het onderdeel dat je gedurende de levensduur van de panelen waarschijnlijk een keer vervangt.
Waar je op moet letten bij aanschaf
Let bij een offerte niet uitsluitend op het aantal panelen, maar ook op de match met je verbruik, de kwaliteit van de omvormer, de omgang met schaduw en de montage. Een nette montage met goede bevestiging en waterdichte dakdoorvoer voorkomt problemen op termijn. Vraag hoe de installateur omgaat met schaduw en of het aantal panelen op je werkelijke verbruik is afgestemd, en niet gewoon op een vol dak.
Denk ook vooruit. Ga je elektrisch rijden of komt er een warmtepomp? Dan stijgt je verbruik en mag je installatie daarop meegroeien. En houd rekening met de nieuwe situatie na 2027, waarin zelfverbruik zwaarder telt dan een zo hoog mogelijke opbrengst.
Veelgemaakte fouten uit de praktijk
Wat ik bij zonnepanelen regelmatig zie misgaan.
Het dak is volgelegd zonder naar het werkelijke verbruik te kijken, waardoor er een groot overschot ontstaat dat na 2027 weinig meer oplevert.
Er is geen rekening gehouden met schaduw, waardoor één paneel de hele reeks omlaag trekt.
De businesscase is doorgerekend op saldering, terwijl die in 2027 wegvalt en er terugleverkosten bij komen.
De vervanging van de omvormer is vergeten in de planning, terwijl die na zo'n tien tot vijftien jaar aan de beurt is en de panelen vijfentwintig jaar meegaan.
Geen van deze fouten ligt aan de panelen zelf. Ze liggen in de keuze en de afstemming vooraf.
Zonnepanelen die echt renderen?
Aantal, oriëntatie en of een batterij loont hangt af van jouw dak en verbruik. In een onafhankelijk energieadvies rekenen we je terugverdientijd door.
Vraag je energieadvies aan · €250Veelgestelde vragen
Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig?
Reken met ongeveer 880 kilowattuur per kilowattpiek per jaar. Een huishouden dat 2.500 tot 3.500 kilowattuur verbruikt, komt dan uit op een installatie van grofweg 3 tot 4 kWp. Ga je later elektrisch rijden of over op een warmtepomp, neem dat dan meteen mee, want uitbreiden achteraf kost meer dan meteen een paar panelen extra.
Hoe groot moet een thuisbatterij zijn voor mijn zonnepanelen?
Kijk niet naar je jaaropbrengst maar naar wat je op een avond verbruikt. Voor de meeste huishoudens ligt de bruikbare maat rond de 5 tot 10 kilowattuur. Groter betekent vooral dat een deel van de capaciteit ongebruikt blijft, want een batterij die je niet elke dag rondmaakt, verdient zich niet terug.
Wat gebeurt er met mijn opbrengst als de saldering stopt?
Je panelen leveren evenveel op, maar wat je ervoor terugkrijgt verandert. Teruggeleverde stroom wordt minder waard dan afgenomen stroom, dus de winst verschuift naar wat je zelf gebruikt op het moment van opwek. Dat is precies de reden dat zelfverbruik en een batterij nu meer aandacht krijgen dan een paar jaar geleden.
De complete zonnepanelen-checklist
In tien punten haal je het meeste uit zonnepanelen op jouw dak, ook nu de saldering afgebouwd wordt. Laat je e-mail achter, dan sturen we de checklist toe.